Vanbinnen roept ze: “Kies gewoon iets. En écht eten. Iets dat telt.”
Tegenover haar dochter aan tafel.
Het eten staat klaar. Alles is verzorgd.
Maar het lijkt alsof er niemand echt aanwezig is.
Alsof elk bord, elke lepel, elk woord op scherp staat.
“Je mag kiezen wat je eet,” zegt ze.
Zacht. Lief zelfs.
Alsof ze hoopt dat mildheid het verschil zal maken.
Later, bij mij in de praktijk is ze helder over wat ze eigenlijk echt had willen zeggen.
“Eet! Eet, iets waar energie in zit. Iets dat je lichaam voedt. Laat zien dat je met ons mee wil.”
Ze wil helpen. Ze doet haar best om kalm te blijven.
Niet pushen. Niet dreigen. Geen ruzie.
Ze heeft zich ingelezen. Luistert naar podcasts.
Volgt de adviezen: contact maken, ruimte geven, mild blijven.
Maar ondertussen raakt ze zichzelf kwijt.
“Ik zei ook dat we misschien best hulp kunnen zoeken,” vult ze aan, alsof ze zelf niet goed weet of ze dat meent.
“Maar ik weet niet wie. Of wanneer. Of hoe. En ik wil haar ook niet het gevoel geven dat er iets mis is met haar. Of dat ik het niet meer zie zitten.”
Ze wil de band bewaren.
Lief blijven.
Niet forceren.
Maar het knaagt.
Want intussen glipt haar dochter weg.
Niet alleen fysiek.
Ook emotioneel.
“We willen gewoon dat je gelukkig bent,” had ze nog gezegd. Alsof dat de kern was. En dat IS het ook. Maar het raakt niet meer.
“Waarom ziet ze dat zelf niet? Waarom straft ze zichzelf zo? Hoe dring ik tot haar door zonder dat ze dichtklapt?”
Als ouder wil je het goed doen.
Je kiest je woorden zorgvuldig.
Maar je kind hoort niet alleen je woorden.
Ze voelt ook je spanning.
Je twijfel. Je angst.
En als dat niet overeenkomt, ontstaat er verwarring.
Niet alleen bij je kind. Ook bij jou.
Voor ouders zoals zij schreef ik een gids.
Geen handleiding vol regeltjes,
maar houvast in de chaos.
Zodat je weet wat jij wél kunt doen.
Aan tafel. In je hoofd. In je rol als ouder.
Je vindt de gids via deze link.
Voor ouders die voelen: ik wil niet wachten tot het escaleert.
Maar ook: ik wil het op een manier die klopt.
Met liefde. En leiderschap.